Afdeling : Functie : Functienr. : Datum : Loongroep : | Technische dienst Aankomend monteur E6 mei 1989 IV |
Functie-omschrijving
Organisatie
| Directe chef : | chef TD, waaronder ressorteren de monteurs en aankomend monteurs of de bedrijfsleider en (vaktechnisch) de allround monteur. |
| Geeft leiding aan: | geen |
Doel Assisteren bij het in goede staat brengen en houden van productiemiddelen en
(voorzieningen in) gebouwen op mechanisch gebied.
Verantwoordelijkheidsgebieden/ kerntaken
Assisteren van de monteurs bij het uitvoeren van reparatie werkzaamheden op mechanisch gebied aan productiemiddelen en aan de (voorzieningen in de) gebouwen.
Opheffen van storingen en storingsoorzaken met behulp van door monteur/ productiepersoneel verstrekte indicaties c.q. aanwijzingen.
Overleggen met (allround) monteur, van geconstateerde onvolkomenheden gebruik makend van gereedschappen zoals vermeld in bijlage 1.
Beoordelen of onderdelen moeten worden vervangen.
Beproeven van gerepareerde apparatuur, e.d.
Assisteren van monteurs bij het uitvoeren van het algemeen (periodiek) preventief en inspectief onderhoud aan productiemiddelen aan de hand van onderhoudsplanning en checklists, c.q. aanwijzingen van monteur.
Daartoe controleren op staat van onderhoud, goede werking, slijtage, lekkage, e.d.
Noteren van gegevens, doorgeven aan monteur van te vervangen onderdelen of te verrichten reparaties.
Schoonhouden en in goede staat houden van gereedschappen, apparatuur en werkruimte. Aantekenen op werkbonnen (na reparaties) van te bestellen onderdelen t.b.v. de voorraad.
In acht nemen van veiligheids- en bedrijfsvoorschriften.
Sociale interactie
Bespreken van uit te voeren werkzaamheden met chef TD, monteur of allround monteur.
Onderhoud van contacten met o.a.:
. monteurs (uit te voeren werkzaamheden);
- bedieningspersoneel, meewerkend voorlieden (storingsindicaties).
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen van apparatuur en werken met gereedschappen (zoals vermeld in bijlage) voor mechanische werkzaamheden en laswerkzaamheden voor wat betreft een beperkt aantal technieken. Daarbij bewerken van pijp- en plaatmaterialen.
Opletten bij en accuraat uitvoeren van diverse werkzaamheden.
Alert zijn op veiligheid.
Bezwarende omstandigheden
Krachtsuitoefening bij verplaatsing van materialen e.d. en bij (de-)montage-werkzaamheden.
Inspannende houdingen bij werken op moeilijk toegankelijke plaatsen.
Hinder van vuil, stof, agressieve en giftige stoffen, lawaai bij werken in productieruimten en in de werkplaats.
Dragen van voorgeschreven beschermingsmiddelen bij slijp- en laswerkzaamheden.
Kans op letsel door vallen, uitschietend gereedschap, schadelijke stoffen, aanraking van onder spanning staande delen, bij bediening van machines, e.d.